Je rijdt over een landelijke buitenweg rond Uddel en denkt ineens: stond daar niet een stal?
Jawel. En een flinke ook. Maar nu kijk je vanaf de weg dwars over het erf het weiland in. De koeien zijn weg, de mestput is leeg en een sloper sorteert het laatste beton. Een oude trekker staat werkloos toe te kijken… Waar vroeger een boerenbedrijf stond, resteert een woonhuis met een verbazend groot gazon.
Het gebeurt op steeds meer plaatsen. In Uddel en directe omgeving zou het om tientallen boerenbedrijven kunnen gaan. Hoeveel het er precies zijn, weet niemand die ik spreek. Maar tel tijdens een rondje fietsen de lege stallen en bouwkranen en je begrijpt dat het landschap de komende jaren behoorlijk gaat veranderen.
Waarom worden al die stallen juist nu afgebroken?
Dat komt vooral door twee landelijke beëindigingsregelingen voor veehouderijen: de LBV en de LBV-plus. Boeren konden zich in 2023 en 2024 aanmelden om hun veehouderij vrijwillig te beëindigen. De plusregeling was bedoeld voor bedrijven die relatief veel stikstof laten neerslaan op kwetsbare natuur. En als je in Uddel boert, ligt die kwetsbare natuur niet aan de andere kant van het land. Die begint ongeveer waar ons dorp ophoudt. Je hebt vast wel eens van de Natura 2000-gebieden gehoord.
De Veluwe is zo’n Natura 2000-gebied: onderdeel van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Daar moeten kwetsbare planten, dieren en leefgebieden behouden of hersteld worden. Dat heeft voor Uddel grote gevolgen, want ons dorp ligt pal tegen zo’n gebied aan. Stikstof uit stallen maar ook uit verkeer, bouw en industrie, kan daar neerslaan en de natuur aantasten. Nieuwe activiteiten moeten daarom aantoonbaar binnen de natuurregels passen. Voor een boer in Uddel is uitbreiden, bouwen of soms zelfs het voortzetten van het bedrijf daardoor veel ingewikkelder dan voor een boer die verder van beschermde natuur zit. Wij wonen prachtig, maar wie zo dicht bij de beschermde natuur woont, merkt ook als eerste wanneer de regels veranderen.
Niet zomaar knaken
De overheid koopt overigens meestal niet de hele boerderij. Dat wordt vaak verkeerd begrepen. De boer krijgt geld om op die locatie definitief te stoppen met het houden van vee. De dieren gaan weg, het grootste deel van de productierechten wordt ingeleverd, de vergunning wordt aangepast en de stallen moeten worden gesloopt. De grond en de woning blijven doorgaans eigendom van de boer.
Wie denkt dat de boer een zak geld krijgt en vervolgens naar Curaçao vertrekt, rekent buiten de bank, de fiscus en de boekhouder. En buiten de zoon of dochter die dacht het bedrijf ooit over te nemen. Pas wanneer schulden en belastingen zijn afgerekend, blijkt wat er werkelijk overblijft: soms een behoorlijk bedrag, soms vooral een lege stal en een moeilijk gesprek aan de keukentafel.
Landelijk hebben bijna 1.600 boeren een aanvraag ingediend. In de gemeente Apeldoorn waren dat er 23. In buurgemeenten Ede, Barneveld en Putten samen nog eens 120. Niet iedere aanvrager stopt uiteindelijk. Ongeveer een derde trok de aanvraag weer in. Kennelijk zag de regeling er op papier aantrekkelijker uit dan na een gesprek met de bank, de fiscus en de familie.
Waarom stoppen boeren met boeren?
Stikstof is een belangrijke reden, maar niet de enige. Veel boeren zijn op leeftijd en hebben geen opvolger. De verdiensten staan onder druk, de investeringen zijn hoog en de overheid verandert de spelregels, voorzichtig gesteld (…), met enige regelmaat. Een stal die vandaag duurzaam heet, kan morgen volgens een nieuw rapport toch niet duurzaam genoeg blijken.
Dat laatste maakt de huidige uitkoop extra merkwaardig. Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving en Wageningen University laat zien dat de stallen van deelnemende boeren gemiddeld 24 jaar oud zijn. Bij boeren die doorgaan is dat gemiddeld 38 jaar. We slopen dus niet voornamelijk de oudste stallen, maar juist opvallend veel moderne stallen.
Dat komt doordat de vergoeding mede afhangt van de waarde en leeftijd van de gebouwen en van het aantal dieren. Wie onlangs miljoenen heeft geïnvesteerd in een moderne stal, kan een aantrekkelijk aanbod krijgen. Wie nog in een oude stal boert, krijgt soms zo weinig dat hij na betaling van bank en belasting met vrijwel lege handen achterblijft.
Zo kan het gebeuren dat de overheid eerst subsidie geeft voor een milieuvriendelijke stalvloer en enkele jaren later subsidie geeft om diezelfde vloer met een shovel af te voeren. De Nederlandse overheid is daarmee waarschijnlijk de enige opdrachtgever die zowel de bouw als de sloop van hetzelfde gebouw als een succes kan presenteren. Kapitaalvernietiging? Welkom in Den Haag…
Daarmee wil ik niet zeggen dat boeren worden gedwongen de regeling te accepteren. Op papier is de uitkoop vrijwillig. Maar hoe vrij is die keuze als je al jaren niet weet of je nog een vergunning krijgt, of je kinderen het bedrijf kunnen voortzetten zoals jij het ooit van je ouders overnam, en welke eisen er volgend jaar weer bijkomen? De overheid zet niemand buiten, maar zet de deur om te stoppen wel wagenwijd open… terwijl de deuren om door te boeren steeds verder dichtgaan.
Stallen weg, maar wat komt ervoor terug?
Soms natuur, maar zeker niet altijd. De grond blijft meestal landbouwgrond en kan worden verpacht, verkocht of gebruikt voor akkerbouw of een minder intensieve vorm van landbouw. Soms wordt de bedrijfswoning een gewone woning. Op andere erven kan via een regeling als ‘rood voor rood’ in zekere mate woningbouw mogelijk worden gemaakt in ruil voor het verdwijnen van veel vierkante meters stal.
Dat klinkt aantrekkelijk. Oude stallen weg, een paar woningen erbij en iedereen tevreden. Maar ook daar past een waarschuwing. Als elk boerenbedrijf wordt vervangen door een paar vrijstaande huizen, verandert het buitengebied langzaam in een woonwijk met uitzonderlijk
lange opritten en grote achtertuinen. Dan hebben we straks wel voormalige boerenerven, maar geen boerenlandschap meer.
Boeren die niet willen stoppen, hebben andere mogelijkheden: minder dieren houden, extensiever werken, investeren in technieken die de uitstoot verminderen, verplaatsen of overstappen op een ander verdienmodel. Denk aan natuurbeheer, streekproducten, recreatie, zorg of energie. Dat klinkt op een Haagse PowerPoint altijd veelbelovend. In de praktijk moet er wel een inkomen uitkomen. Je kunt een gezin niet onderhouden met alleen een voedselbos, drie camperplaatsen, knuffelen met het paartje koeien dat is overgebleven en een kastje aan de weg met zelfgemaakte jam.
Voor de Veluwe is inmiddels afgesproken dat de stikstofuitstoot in en rond het natuurgebied fors omlaag moet. Boeren kunnen daarom stoppen, verplaatsen, verduurzamen of minder dieren gaan houden. Maar onderzoekers waarschuwen tegelijkertijd dat zelfs al die maatregelen mogelijk onvoldoende zijn. De boeren die doorgaan, zijn dus nog lang niet van de onzekerheid af.
Het buitengebied rond Uddel wordt de komende jaren leger. Misschien ook groener en op sommige plekken mooier. Maar met iedere stal verdwijnt er meer dan golfplaat en beton. Er verdwijnt een bedrijf, werkgelegenheid, vakkennis en vaak een hele familiegeschiedenis. Geld is welkom, maar daarmee zijn verdriet, twijfel en zorgen niet zomaar afgekocht.
Daarom moeten we niet alleen tellen hoeveel stikstof er verdwijnt. We moeten ook bepalen wat ervoor terugkomt. Natuur? Woningen? Kleinschalige landbouw? Of vooral villa’s met paardenbakken, zonnepanelen en een bordje ‘privéterrein’?
Een stal kun je in een paar weken slopen. Een nieuw en levend buitengebied opbouwen duurt aanzienlijk langer.
Egbert Jan van Bel leeft in Uddel en schrijft met regelmaat over wat hem daar opvalt en bezighoudt.
Reageren? Mail naar redactie@uddel.info.
Bronnen voor de feitelijke basis: actuele cijfers van RVO, voorwaarden van de LBV-plus, onderzoek naar de opvallend jonge stallen en de Aanpak Veluwe
